Hoe maken we Nederland weer rijp voor de toekomst

In Trouw van gisteren en vandaag een tweetal interessante artikelen over de het verdienmodel voor Nederland voor de toekomst. Conclusie veel meer investeren in kennis en innovatie. De basis daarvoor vormt goed onderwijs als inspiratiebron, niet als leerfabriek.
Lees dat artikel hier. U dient helaas wel lid te zijn van Trouw om het hele artikel te kunnen lezen.

kleinknechtHet andere artikel gaat over de ideeën van Alfred Kleinknecht, aftredend hoogleraar economie van innovatie op de TU Delft. Hij stelt: een baan voor het leven is juist goed. Hij stelt: “goedkope arbeid maakt het voor bedrijven minder interessant investeringen te doen die de productiviteit verhogen” Loonmatiging is dus uit den boze, het gaat ten koste van innovatie en houd de zwakkere broeders overeind. “Bij innovatieve bedrijven zie je weinig flexibilisering. Er is weinig personeelsverloop, veel autonomie voor de werknemers en bijna geen managementlagen.” Vanuit zo’n positie durven werknemers risico’s te nemen. Als iets een flop wordt, staan ze niet gelijk op straat. Dat is goed voor de vernieuwende kracht van een bedrijf. “In bedrijven met meer flexibele arbeid, zie je minder groei van de productiviteit. Dat hebben we op bedrijfsniveau aangetoond,” zegt hij. Ik denk dat hij gelijk heeft. Innovatie vraagt om vertrouwen en lef.

Innovatie levert meer op dan werken tot je 67e

Net als sommige Nederlanders willen de Engelse conservatieven dat mensen langer doorwerken. Maar is dat wel zo innovatief? Investeren in de verhoging van de arbeidsproductiviteit meer winst op. Lees het hele bericht op idealize.nl en het origineel op Hetkanwel.net Ik ben het er in ieder geval roerend mee eens. Het is zo simpel allemaal.

Adjied Bakas, Microtrends Nederland

Boekpresentatie Microtrends Nederland van Adjiedj Bakas


Trendwatching is hot in tijden van crisis. Trendwatcher kun je worden, trendsetter ben je of ben je niet.
Adjied Bakas is bijzonder……

Kennismigranten komen naar Nederland

Het aantal kennismigranten dat elk jaar in Nederland wil komen werken, groeit elk jaar sinds de invoering van de kennismigrantenregeling in 2004.  Sinds 2004 zijn er ruim 13.000 kennismigranten naar Nederland gekomen, dat meldt de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND). De deelnemende bedrijven zijn tevreden over de regeling. Zij zeggen dat deze bijdraagt aan versterking van de Nederlandse economie. Dat alles staat in de ‘Monitor Kennismigranten 2008’. Uit de monitor blijkt dat ongeveer de helft van de kennismigranten tussen de 18 en 30 jaar oud is en ongeveer een derde tussen de 30 en 40 jaar. Bijna 80 procent van hen heeft een universitaire opleiding afgerond. Van de kennismigranten die de afgelopen jaren naar Nederland kwamen is driekwart man. Ze werken vooral in de ICT- en zakelijke diensten sector, gevolgd door de industrie en handel. De meeste kennismigranten komen uit India, de Verenigde Staten en China.

Bron: Sociale Innovatie

2009 wordt het jaar van het puinruimen

Dat zegt Bert Heemskerk tenminste, topman van de Rabobank. Ik hoop dat hij gelijk heeft en eerlijk gezegd denk ik ook dat hij gelijk heeft. Er is al heel wat puin op straat komen te liggen de afgelopen maanden. Kredietcrisis of niet, het is tijd voor verandering. Wederom is het bewijs geleverd dat te nooit goed is. Kapitalisme, communisme het zijn metabegrippen die bij te altijd omvallen. En TErecht! Ik ga ervan uit dat deze chaos de ideale voedingsbodem heeft gecreerd om innovaties te laten floreren. Tenslotte zijnd e overheidsfinancien op orden en hoeft er niet extra bezuinigd te worden. Zo kunnen we er als economie alleen maar weer beter van worden. Te beginnen bij innovatie in de financiele sector. En dan denk ik niet aan allerlei ingewikkelde nieuwe producten maar aan echt maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen door de banken. Daarnaast moet Nederland zich veel sterker focussen op kennis, innovatie in onderwijs en innovatie in de zorgsector. Daar vallen de grootste kansen te verzilveren.

Een mooie opdracht voor 2009 en daarna: “puinruimen en kansen pakken.”